Wie zijn we?
Publicaties
Voedselallergie/intoleranties
 
 

Voedselallergie voor noten (schaalvruchten)

PDF Afdrukken E-mailadres

4.1. Prevalentie

Het is nogal moeilijk om precieze cijfers te vinden over de prevalentie van notenallergie alhoewel hierover veel gegevens bestaan. Een van de problemen is dat men pinda’s heel dikwijls bij de groep van de “nuts” rekent. In sommige wetenschappelijke studies is het zelfs niet altijd duidelijk of pinda’s al dan niet deel uitmaken van de studie [12].

Het is bekend dat de prevalentie van allergie afhankelijk is van leeftijd en consumptiegewoonten. De eerste allergenen die men in Frankrijk vastgesteld heeft bij kinderen waren deze in eieren, melk, pinda’s en noten. Bij volwassenen daarentegen zijn het de vruchten van de Prunoïden, de vruchten van de latexgroep, de Ombelliferae (schermbloemigen) en tarwebloem, terwijl de noten op de 5e plaats komen [2].

De eerste soort noot die verantwoordelijk is voor allergie varieert van land tot land. In Europa is het de hazelnoot (58 % van de allergieën voor noten), gevolgd door de cashewnoot en de pistache. In de Verenigde Staten en in Australië is het de cashewnoot en in Groot-Brittannië is het de paranoot die als eerste verantwoordelijk gesteld wordt [1,13].

4.1.1. In Europa

De prevalentie van voedselallergie in Europa bedraagt 4,7% bij kinderen en 3,2 tot 3,7% bij volwassenen [2]. In Frankrijk is dit vergelijkbaar en bedraagt ze tegenwoordig 4 tot 6% bij kinderen [14].

In een Belgische studie, uitgevoerd in het Universitair Ziekenhuis Koningin Fabiola, bij allergische kinderen (met een IgE-gemedieerde reactie), werd aangetoond dat noten behoren tot de meest voorkomende allergenen. Inderdaad, 18,1 % van de 156 kinderen die deel uitmaakten van de studie waren allergisch voor noten. Onder deze 18,1 % waren er 12,3 % die reageerden op hazelnoten, 3,9 % op walnoten en 1,9 % op amandelen. De gemiddelde leeftijd van de kinderen in deze studie bedroeg 45 maanden. Terwijl koemelkallergie het meest voorkomt vóór de leeftijd van 6 maanden en ei-allergie tussen 6 maanden en 3 jaar, zijn noten en pinda’s de eerste allergenen na de leeftijd van 3 jaar. Na de leeftijd van 6 jaar zijn de allergenen meer gedifferentieerd.

In deze studie werd allergie voor noten 4 keer meer waargenomen dan in Frankrijk. Het betreft hier voornamelijk allergie voor hazelnoten. Dit fenomeen zou deels kunnen verklaard worden door het feit dat in België veel chocopasta en praliné chocolade geconsumeerd wordt. Op dezelfde wijze zou het aanbrengen van zoete amandelolie ter hoogte van de huid een rol kunnen spelen bij het ontwikkelen van allergie [15].

De prevalentie van allergie voor noten werd bij schoolgaande kinderen (Frankrijk 2007) op 0,7 % geschat (gelijk aan die van pinda’s). De noten die genoemd werden zijn hazelnoten, walnoten, amandelen en cashewnoten. Bij andere studies in Engeland en de Verenigde Staten was de prevalentie ongeveer 1% van de bevolking, maar pinda’s waren daarbij inbegrepen [16,17].

Na observatie van 974 allergische kinderen kwam CICBAA tot de bevinding dat de prevalentie van voedselallergie voor noten 2,7% bedraagt bij kinderen van minder dan 1 jaar, 4,4% bij kinderen van 1 tot 3 jaar en 10,2% bij de groep van 3 tot 5 jaar. Deze observaties gebeurden ook bij volwassenen en daar vond men een prevalentie van 15,7% [2].

Ces observations ont également été réalisées chez l’adulte et la prévalence de l’allergie aux fruits à coque parmi les observations est de 15.7% [2].

In 1999 werd in Engeland een enquête gedaan door middel van interviews om de werkelijk waargenomen prevalentie voor pinda’s in te schatten, evenals de associatie met andere voedselallergieën. De prevalentie van allergie voor noten bedroeg bij volwassenen 0,4% [18].

In 2001 werden Engelse patiënten gevolgd die allergisch waren voor pinda’s en noten en waarbij de diagnose was bevestigd door klinisch onderzoek en door priktesten. De observaties toonden aan dat 37% van de patiënten die allergisch waren voor pinda’s ook allergisch waren voor een nootsoort. 62 % waren allergisch voor één enkele soort noot en 30% voor meer soorten noten [19,20].