|
Het is behoorlijk moeilijk de weg te vinden in de gehele nomenclatuur die een bepaling geeft van een ongewenste reactie als gevolg van inname van voedsel. een goed begrip van de verschillen tussen intolerantie en allergie worden hierna de twee termen gedefinieerd.
Definitie van voedselallergie
Burks definieert voedselallergie als volgt: «Een reactie die zich voordoet als gevolg van de inname van een voedingsmiddel of een voedseladditief. Deze reactie doet zich enkel voor bij sommige personen na inname van een minieme hoeveelheid van een bepaalde substantie, afhankelijk van het individu. Ze staat in geen enkel verband met een fysiologisch effect dat die substantie zou kunnen hebben [21]». Het is als het ware een verdedigingsmechanisme tegen een onbestaande aanval.
Voedselallergie of voedselovergevoeligheidsreactie is een ongewenste secundaire reactie op een voedingsmiddel bij een gevoelige persoon. Ze is verantwoordelijk voor objectief reproduceerbare symptomen, uitgelokt door blootstelling aan een welbepaald voedselallergeen, in een dosis die door normale personen verdragen wordt en in gang gezet door immunologische mechanismen (Johansson, S.G., 2009; Jackson et al.., 2003).
Voedselovergevoeligheid omvat twee types van reacties: afhankelijke of niet-afhankelijke van immunoglobelines E (IgE) (Johansson, S.G. et al., 2001).
Een voedselallergeen is een antigeen dat een voedselallergie veroorzaakt (Johansson, S.G., 2009). Voedselallergenen of trophallergenen zijn over het algemeen wateroplosbare glycoproteinen, betrekkelijk stabiel voor zure pH, voor warmte en voor proteasen (Sicherer, S.H. and Sampson, H.A., 2010). Een voedingsmiddel bevat honderden eiwitten, waarvan een tiental tot een veertigtal allergeen zijn. De allergenen die herkend worden door de specifieke IgE’s van meer dan 50 % van de mensen die voor het voedingsmiddel gesensibiliseerd zijn worden als majeur bestempeld. De voedselsensibilisatie kan langs verschillende wegen gebeuren: via de vertering, de inademing of de huid (Moneret-Vautrin, D.A. et al., 2006).
Over de redenen waarom sommige eiwitten allergeen zijn en andere niet is nog weinig gekend (Asero, R. et al., 2007).
De IgE-afhankelijke allergie, ook genoemd «onmiddellijke of vroege overgevoeligheid of type I», beschikt over een mechanisme waarvan de werking beter gekend is dan van de niet IgE afhankelijk allergie. Deze allergie wordt gemakkelijk gediagnosticeerd want de symptomen verschijnen na een veel kortere tijd, gaande van enkele minuten tot een uur (Crittenden, R.G. and Bennet, L.E., 2005). De symptomen die verbonden zijn aan een late overgevoeligheid kunnen een uur tot verschillende dagen na inname van de allergene substantie optreden (Sabra, A. et al., 2003).
Mechanisme van de IgE-afhankelijke allergie
- Het allergisch proces is een mechanisme in twee stappen :
- Bij de inname van een voedingsmiddel is er sensibilisatie van het lichaam voor de vreemde substantie (het voedselallergeen). De respons vertaalt zich door de overmatige productie van specifieke IgE-lichamen van het allergeen door de plasmocyten (Crittenden, R.G. and Bennet, L.E., 2005; Asero, R. et al., 2007).
- Bij een volgende blootstelling bereiken de allergenen het slijmvlies van het spijsverteringskanaal. Er is dan een activering van de mastocyten (Asero, R. et al., 2007; Burks, W. and Ballmer-Weber, B.K., 2006). Deze bezitten aan hun oppervlak receptoren voor de IgE-antilichamen. Deze activering vertaalt zich in een vrijmaking van histamine die een sterke anti-inflammatoire mediator is die symptomen veroorzaakt op de huid (eczeem, urticaria), in het maagdarmstelsel (braakneiging, braken, diarree, oraal allergisch syndroom) en/of in de ademhalingswegen (rhino-conjunctivitis, astma) (Crittenden, R.G. and Bennet, L.E., 2005; Asero, R. et al., 2007; Burks W. and Ballmer-Weber, B.K., 2006).
Er dient opgemerkt dat de sensibilisatie kan tot stand komen door een respiratoire blootstelling en niet via voedsel, aan een epitoop of een gemeenschappelijk antigeen determinant van een respiratoir allergeen en een voedselallergeen (Bidat, E. and Loigerot, C., 2002).
Mechanisme van niet IgE-afhankelijke allergie
Deze late overgevoeligheid is (veroorzaakt door immuuncomplexen die bestaan uit voedselbestanddelen en anti-lichamen, en door cel-afhankelijke immuniteit) van een immuno-pathologisch mechanisme dat nog niet goed gekend is (Allen, K.J. et al., 2006). Het blijkt evenwel dat een groot aantal van deze mechanismen tussenkomen in de Th1-afhankelijke lymfocyten, eosinofylen, vorming van immuuncomplexen die de activering van complement voor gevolg hebben (Host, A. et al., 1995), interacties tussen T-mastocyten of cel-neuron interacties die functionele veranderingen in de actie van de gladde spier en de intestinale motiliteit in de hand werken (Crittenden, R.G. and Bennet, L.E., 2005; Vanto, T. et al., 2004; Cianferoni, A. and Spergel, J.M., 2009). Ze tast hoofdzakelijk het maagdarmslijmvlies aan (Jyonouchi, H., 2008).
Het groot aantal genezingen van deze allergie tijdens de kindertijd en daartegenover het belangrijk aantal volwassenen met een niet-IgE-afhankelijke allergie doen veronderstellen dat dit type van voedselovergevoeligheid de neiging heeft om zich op oudere leeftijd te ontwikkelen (Stenton, G.R. et al., 1998).
Definitie van voedselintolerantie en lactose-intolerantie
Intolerantie wordt volgens het medisch woordenboek omschreven als “een abnormaal intense reactie van het organisme tegenover om het even welke agressie (een medicamenteuze stof, een natuurkundige of chemische agens,…) [70]. Het is een algemene term die een abnormale fysiologische respons beschrijft na inname van een voedingsmiddel of een additief (in dit geval lactose). Deze reactie lijkt niet allergisch te zijn zelfs niet immuno-dependent [21,28,41]. (Voor meer informatie: raadpleeg het Technisch Handboek).
Lactose-intolerantie komt voort uit een verminderde capaciteit om lactose te verteren. Eens doorgeslikt wordt lactose verteerd in de darmen. Om geabsorbeerd te worden moet lactose gehydrolyseerd worden in zijn twee bestanddelen: galactose en glucose, door een intestinaal enzym, lactase genoemd dat zich in het algemeen in overvloed in het jejunum bevindt. In tegenstelling met de andere enzymen die zich in de diepte situeren, vinden we lactase aan de toppen van de darmvlokken; dit is ook de reden waarom dit enzym gevoeliger is bij darmaandoeningen [9,38,41,71,72]. De eindmetabolieten van de fermentatie van lactose door colonbacteriën zijn korte keten vetzuren of KKVZ (hoofdzakelijk acetaat, propionaat en butyraat) en gassen (CO, H en CH). De KKVZ worden uit het colon verwijderd door reabsorptie, door verbruik door de colonocyten (butyraat) en incorporatie in de biomassa of excretie via de stoelgang. De gassen worden gedeeltelijk geabsorbeerd in het bloed en vervolgens verwijderd via de longen; het resterende wordt als zodanig uitgescheiden of gebruikt voor de synthese van andere metabolieten (He, T. et al., 2008b).
- We onderscheiden 3 vormen van lactose-intolerantie :
-
Primaire hypolactasie
Lactase vindt men in een hoge concentratie terug bij de pasgeborene maar er is een verminderde activiteit, die onomkeerbaar is en genetisch geprogrammeerd, bij een grote meerderheid van de wereldbevolking, wat leidt tot een primaire malabsorptie van de lactose (primaire hypolactasie) [2]. Zij verschijnt in het algemeen rond de leeftijd van 5 jaar of later, ook op volwassen leeftijd en is dus meestal niet duidelijk gediagnosticeerd dan net vََr de puberteit of laat in de adolescentie, naargelang de bevolkingsgroep [9,10,71,73]. We kunnen bij de Kaukasiërs (Europeanen en Noord-Amerikanen) een blijvende lactaseproductie vaststellen, te wijten aan een mutatie die de onderdrukking van lactase opheft . Deze mutatie zou een aanpassing zijn aan de levensvoorwaarden van deze populaties (hoog melkgebruik) (Mainguet, P., 2000). -
Secundaire hypolactasie
Secundaire hypolactasie is het resultaat van een willekeurige situatie die het epithelium van de dunne darm beschadigt of die leidt tot een verkleining van het functioneel oppervlak van de mucosa (darmresectie, gastrectomie, aandoeningen die het epithelium beschadigen zoals bij cœliakie of een intestinale ontsteking geïnduceerd door bijvoorbeeld koemelkeiwitallergie). Deze hypolactasie is dus voorbijgaand en omkeerbaar. Het enzym herneemt effectief zijn activiteit als het epithelium zich terug hersteld heeft. Bij dit type van hypolactasie vindt men niet noodzakelijk ernstige intolerantieverschijnselen [9-11,73,74]. -
Congenitale lactasedeficiëntie (congenitale hypolactasie)
Congenitale lactasedeficiëntie. De congenitale of aangeboren vorm : een zeer zeldzame erfelijke (autosomaal recessieve) vorm ... is een autosomaal recessieve ziekte, onomkeerbaar maar zeer zeldzaam, die zich voordoet als de dunne darm niet in staat is om lactase te produceren. Deze deficiëntie manifesteert zich op het ogenblik dat de moeder haar kind de eerste keer borstvoeding geeft (Bahna, S.L., 2002; Vesa, T.H. et al., 2000; Rusynyck, R. and Still C., 2001; Dumond, P., M.M. et al., 2006; Schirru, E. et al., 2009; Lomer, M.C. et al., 2008).
Hypolactasie leidt tot maldigestie van lactose. Lactose gaat van de dunne darm naar de dikke darm in zijn intacte vorm, niet-gehydrolyseerd. Deze passage kan, afhankelijk van de individuele tolerantie, intolerantieverschijnselen veroorzaken bij inname van significant grote hoeveelheden [9,72,75].
|
Voedselallergieën en –intoleranties |
|
|
|