Wie zijn we?
Publicaties
Voedselallergie/intoleranties
 
 

De diagnostiek

PDF Afdrukken E-mailadres

De diagnostiek van allergie

Cfr. Algemeen rapport

Koemelkallergie kan reeds vanaf de eerste levensweken optreden, zelfs bij baby’s die borstvoeding krijgen.

Het stellen van de diagnose van deze allergie begint met een grondige ondervraging (over klinisch verloop, antecedenten, risicofactoren), gevolgd door priktesten op de huid (SPT: Skin prick-testen) en van specifieke IgE-dosering voor koemelkeiwitten. Indien er nog twijfel blijft na de ondervraging en de testen kan er nog een provocatietest volgen bij de patiënten die matige symptomen vertonen (d.w.z. zonder recente anafylactische shock of ongecontroleerde astma), en dit vooral om koemelkeiwitallergie uit te sluiten (Kneepkens, F. and Meijer, Y., 2009; Marseglia, G.L. et al., 2008; Villard-Truc, F. et al., 2010).

In het geval van niet IgE-afhankelijke allergieën lijken de “patch tests” meer aangewezen (Rancé, F., 2009; Brill, H., 2008).

Voor meer informatie: raadpleeg CIRIHA.

Diagnostiek van intolerantie

Er bestaan verschillende manieren om lactose-intolerantie te diagnosticeren.

Een goede klinische historiek laat meestal toe het verband te leggen tussen de inname van lactose en de symptomen. Daarom wordt gewoonlijk in eerste instantie aan de patiënt gevraagd om een periode van 2 tot 4 weken een dieet te volgen zonder lactose [84].

Het verdwijnen van de symptomen na een strikte eliminatie van lactose en het terug optreden van de symptomen na het opnieuw introduceren van melkproducten laat toe om de diagnose van lactose-intolerantie te stellen.

In minder duidelijke gevallen kunnen andere testen uitgevoerd worden, te beginnen met de waterstoftest of de lactosetolerantietest die minder invasief zijn. Men kan met de testen verder gaan tot een biopsie van de dunne darm

Voor meer informatie: raadpleeg CIRIHA.