Wie zijn we?
Publicaties
Voedselallergie/intoleranties
 
 

Kruisallergieën

PDF Afdrukken E-mailadres

Er bestaan kruisreacties tussen de eierdooier en het wit van het ei, tussen het kippenei en de eieren van kalkoenen, eenden en ganzen. Ei-allergie kan ook voorkomen bij personen met pneumo-sensibiliteit voor eiwitten van gevogelte (extract van pluimen, uitwerpselen van vogels) te wijten aan gemeenschappelijke allergenen (syndroom “ei-vogel”), wat nog een betere verklaring zou kunnen zijn voor de kruisreacties die men vaststelt tussen ei en vlees van gevogelte (Dubuisson, C. et al., 2002).

Allergie voor eieren van andere vogels dan van kippen komt niet frequent voor en is altijd beschreven geweest bij patiënten met kippenei-allergie. Het wit van ei van kalkoen, eend, gans, meeuw en kip bevatten eiwitten die op de wijze van een kruisreactie kunnen optreden met het merendeel van de allergenen van het wit van kippenei, maar de graad van kruisreactiviteit varieert aanzienlijk binnen het verschillend wit van ei. De gelijkenis tussen de verschillende ovalbumines en conalbumines en de respectieve eiwitten van kippenei neemt af in de volgende orde: kalkoen, eend, gans en meeuw. Er zijn evenwel grote verschillen tussen het wit van ei van kalkoen en van meeuw betreffende de graad van immuno-chemische identiteit en de allergenen van het wit van kippenei. Kip en kalkoen behoren beide tot de orde van de Galliformen; deze vogels zijn nauw verwant. Eend en gans worden beiden geklasseerd in dezelfde orde (Anseriformen) en het wit van ei van deze twee vogels is zeer gelijkend in hun immuno-chemische reactie. De meeuw die tot de orde van de Charandriformen behoort, is het verst verwijderd van de kip. Redelijkerwijze kan men dus stellen dat alle wit van eieren allergische reacties kunnen veroorzaken wanneer ze ingenomen worden door patiënten met allergie voor het wit van kippeneieren. De belangrijke variatie van de specifieke allergene activiteit van de verschillende ei-witten wijst erop dat patiënten met een kippenei-allergie eieren van andere vogels kunnen verdragen, bijvoorbeeld van eend en gans of zoals de patiënte die door Anibarro vermeld werd: kippenei, niettegenstaande haar allergie voor eenden- en ganzeneieren (Anibarro, B. et al., 2002; Bindslev-Jensen, C. and Poulsen, L.K., 1997; Jaffuel, D. et al., 2001; Metcalfe, D.D., 1997)!

In het geval van vogel-ei syndroom (in geval van sensibilisatie voor de pluimen van vogels kan de patiënt ei-allergie krijgen, de volgorde van optreden kan echter soms omgekeerd zijn) (Moneret- Vautrin, D. A. et al., 1994; Unsel, M. et al,. 2007), het verantwoordelijk allergeen voor een kruisreactie is α-livetine (Gal d 5) (Cahen, Y. D. et al., 1998; Jaffuel, D. et al., 2001; Ortolani, C. et al., 1997; Quirce, S. et al., 2001). Het zijn vooral volwassen vrouwen die aan dit type syndroom lijden. De symptomen houden voornamelijk verband met de luchtwegen (meestal astma) en de spijsvertering (Quirce, S. et al., 1998; Unsel, M. et al., 2007). .

Quirce et al., hebben onderzoek gedaan om na te gaan of α-livetine kon gedetecteerd worden in stalen van de lucht die genomen waren in huizen waar men vogels hield en ook om na te gaan of sensibilisatie voor dit eiwit symptomen kan uitlokken van voedsel- en ademhalingsallergie. In hetzelfde onderzoek werd ook de weerstand van α-livetine voor warmte bestudeerd en de mogelijke kruisreactiviteit met conalbumine. Quirce en zijn medewerkers hebben een panel samengesteld van 8 patiënten met allergie voor eigeel, die symptomen van ademhalingsproblemen vertoonden (rhinitis en/of astma), veroorzaakt door contact met vogels. Er werden huid- en serumtesten uitgevoerd om een sensibilisatie voor antigenen van vogels en van eigeel op te sporen. Overgevoeligheid voor α-livetine werd bevestigd door provocatietesten ter hoogte van de bronchiën, het bindweefsel en de DBPCFC. Alle patiënten hadden positieve huidtesten en serum IgE gericht tegen het eigeel, serum van kip, kippenvlees, pluimen van vogels en α-livetine. De aanwezigheid van albumine van kip in de lucht van de huiselijke omgeving werd bevestigd. De luchtwegentesten specifiek voor α-livetine hebben voortijdige astmatische reacties uitgelokt bij 6 astmapatiënten. Een DBPCFC uitgevoerd door middel van albumine van kip heeft symptomen van systemische en digestieve allergieën veroorzaakt bij de twee geteste patiënten. Na verwarming van α-livetine tot 90° C, gedurende 30 minuten, werd de allergene reactiviteit gericht tegen de albumine van kip gereduceerd tot 88 %. Elisa-testen hebben aangetoond dat er alleen maar een gedeeltelijke kruisreactiviteit was tussen het α-levitine en het conalbumine. Dit wijst op de aanwezigheid van gemeenschappelijke epitopen in deze eiwitten en dat zou kunnen verklaren waarom sommige patiënten met een vogel-ei-syndroom positieve serologische testen of positieve huidtesten hebben op conalbumine en wit van ei. Uiteindelijk heeft Quirce kunnen concluderen dat α-levitine (Gal d 5) een allergeen is dat gedeeltelijk thermolabiel is dat zowel symptomen van voedselallergie als respiratoire symptomen veroorzaakt bij patiënten met een vogel-ei syndroom (Quirce, S. et al., 2001).