Besluit en voorstel tot classificatie |
|
|
|
Over het algemeen hebben we kunnen vaststellen dat er verschillende synoniemen bestaan voor adverse (ongunstige, verkeerde, vijandige, nefaste, ongewenste) reacties op voedingsmiddelen (Europese Commissie en British Nutrition Foundation): Metcalf spreekt over voedselintoleranties, Taylor geeft de voorkeur aan de uitdrukking voedselgevoeligheid, de Commissie van de Codex Alimentarius gebruikt het woord voedselovergevoeligheid en Moneret-Vautrin verkiest dan weer meer algemeen te blijven door gebruik te maken van de uitdrukking voedselpathologieën. Als we de verschillende bestudeerde classificaties overlopen stellen we vast dat de classificatie van Gell en Coombs enkel rekening houdt met voedselallergieën (overgevoeligheden) en helemaal niet met voedselintoleranties of psychologische stoornissen die door een of door meer voedingsmiddelen kunnen uitgelokt worden. Bovendien vonden de twee wetenschappers in hun tijd en op grond van hun observaties dat de overgevoeligheden van type I, II en III onmiddellijk waren en de overgevoeligheid van type IV vertraagd waren. Metcalfe en Taylor zijn het erover eens om te bevestigen dat de overgevoeligheid van type I onmiddellijk is maar de eerste stelt dat overgevoelige reacties van het type II, III en IV vertraagd zijn terwijl de tweede vager blijft, alleen al door te verwijzen naar het voorbeeld van coeliakie! De Europese classificatie is duidelijk veel vollediger; nochtans werd de psychologische dimensie van reacties veroorzaakt door een of meer voedingsmiddelen opzijgezet want de EAACI is van oordeel dat dit type reacties niet direct verbonden is met een voedingsmiddel, maar veeleer met een primaire mentale stoornis! Wij beschikken over weinig informatie over de classificatie in het codexdocument dat door Noorwegen werd voorbereid in 1993. Niettemin luidt de essentiële boodschap in dit dossier dat men de term overgevoeligheid gebruikt om tegelijker tijd te verwijzen naar allergie en naar voedselintolerantie, ook pseudo-allergie genoemd. Het kan onlogisch lijken dat de benaming overgevoeligheid meer gebruikt wordt om alleen de immunologische reacties aan te wijzen, nl. de voedselallergieën. De classificatie van Taylor is weinig gedetailleerd. Zoals reeds vermeld gebruikt deze wetenschapper de term voedselovergevoeligheid om te verwijzen naar een abnormale fysiologische reactie op een bepaald voedingsmiddel, dat door de meerderheid van de consumenten zonder risico kan geabsorbeerd worden. Deze bepaling sluit dus voedselaversies en toxische reacties uit! Bovendien bestaan er volgens Taylor twee types van overgevoeligheid: onmiddellijke (geïnduceerd door de Ig E’s) en vertraagd. Helaas stipuleert hij niet duidelijk met welk(e) type(s) van overgevoeligheid deze laatste overeenkomt. Men kan spijts alles eronder verstaan dat ze de types II,III en IV omvat. Op het niveau van voedselintoleranties, komen stoornissen te wijten aan het metabolisme van voedingsmiddelen, anafylactoïde reacties en histaminevergiftiging, evenals idiosyncrasische reacties, respectievelijk overeen met enzymatische, farmacologische en ondefinieerbare voedselintoleranties die beschreven zijn door de EAACI. Taylor meent evenwel dat histaminevergiftiging een toxische reactie is! De classificatie van Metcalfe is een beetje simplistisch en weinig gedetailleerd. Nogmaals werd de hele psychologische dimensie "vergeten". Anderzijds citeert Metcalfe verschillende voedselintoleranties waaronder hij de toxische voedselreacties rekent terwijl hij de niet-gedefinieerde voedselintoleranties niet vermeldt. Behalve de algemene basisterminologie die door Moneret-Vautrin gebruikt wordt om adverse reacties tegen voedingsmiddelen aan te duiden is het meest opvallende feit van de Franse classificatie dat ze de enzymatische voedselreacties uitsluit van de niet-immunologische reacties. Deze laatste, ook valse voedselallergieën (of pseudo-allergieën) genoemd omvatten tegelijkertijd de farmacologische voedselintoleranties en de niet-definieerbare voedselintoleranties: intoleranties voor biogene amines, complicaties gelieerd aan de niet-immunologische vrijmaking van chemische mediatoren door de intestinale mucosamastocyten, complicaties met responsen voor andere mechanismen. Merken we op dat de in Frankrijk gebruikte term pseudo-allergie alleen verwijst naar farmacologische en niet-definieerbare voedselallergieën, in tegenstelling met hetzelfde woord gebruikt door de Commissie van de Codex, die alle voedselintoleranties (enzymatische, farmacologische en niet-definieerbare) als een geheel beschouwt. We kunnen vaststellen dat de British Nutrition Foundation de enige is die de voedselaversies in zijn classificatie opneemt. Nochtans, in tegenstelling tot de classificatie van Metcalfe (maar zoals de Europese classificatie), gebruikt ze de term voedselintolerantie om niet toxische reacties (en niet psychologische) te benoemen. Tenslotte hebben wij, op basis van al onze eigen onderzoeken, onze eigen classificatie opgesteld met het oog op volledigheid en grotere duidelijkheid. Het algemeen stramien gelijkt heel sterk op de Europese classificatie. Wij hebben er evenwel de ontbrekende psychologische dimensie ingebracht want sommige mensen kunnen reacties van afkeer ontwikkelen alleen maar door het zien of het ruiken van een bepaald voedingsmiddel. Zo zijn voedselaversies wel degelijk ongunstige reacties tegen één of meer voedingsmiddelen.
|

