|
Pagina 1 van 2 Het opsporen van een voedselallergie vereist een precieze en coherente diagnostische aanpak. Verschillende middelen worden gebruikt:
De ondervraging
Soms is een overtuigende klinische geschiedenis voldoende om de diagnose van een voedselallergie te stellen. Sampson heeft ze gedefinieerd als een anafylactische reactie, die optreedt minder dan een uur na de inname van het geïsoleerde voedingsmiddel, gekend sinds minder dan 3 jaar en waarvoor een dringende medische behandeling reeds nodig geweest was. In alle andere gevallen is het noodzakelijk andere onderzoeken uit te voeren.
De arts zal zich dan moeten buigen over de atopische familiale antecedenten (80% van de gevallen) en over de persoonlijke atopische antecedenten (= de risicofactor om een allergie te ontwikkelen voor een nieuw voedingsmiddel).
De arts zal ook een klinisch onderzoek moeten uitvoeren ( van de huid, de luchtwegen…) en de patiënt ondervragen over het tijdsverloop van het verschijnen van de symptomen, het aantal van de reeds waargenomen reacties, de eventuele veranderingen ( verslechtering of verbetering) van de verschijnselen bij een nieuwe blootstelling,….De ondervraging zal trachten te bepalen welk(e) voedingsmiddel(en) mogelijk de reacties veroorzaaken (en de hoeveelheid ervan). [45]
De artsen behelpen zich soms met een gestandaardiseerde vragenlijst om de ondervraging te vergemakkelijken en niets te vergeten.
Gestandaardiseerde vragenlijst bij vermoeden van voedselallergie
| - Te stellen vragen - |
- Atopische antecedenten
- (atopische dermatitis, allergische astma of rinitis)
- Persoonlijke antecedenten
- (preciseer indien antecedenten met voedselallergie)
|
- Familiale antecedenten van de eerste graad
-
- De te preciseren symptomen: aard, ritme (postprandiaal, zonder verband met de maaltijd of niet te preciseren), tijdspanne vanaf de inname van het voedings- middel, anciënniteit (leeftijd bij de eerste symptomen) ;
- Factoren die samengaan met het verschijnen van de symptomen: inspanning, nemen van een aspirine,… ;
- Respons op behandelingen ;
- Reproduceerbaarheid met het betrokken voedingsmiddel ;
- Vroegere reacties (aantal en datum).
|
- Voedingswijze
-
- In de familie, kinderkribbe, kantine, restaurant ;
- Geknabbel tussendoor ;
- Kookgewoonten Soms hulp van een voedingsdagboek. *
|
- Voedingsmiddelen die verdacht worden en vermeld door de patiënt
-
- Hoeveelheid die een reactie veroorzaakt ;
- Voedingsmiddel in combinatie met… ;
- Gaat het om een voedingsmiddel dat voor het eerst geconsumeerd wordt ;
- Algemene toestand op het ogenblik van de reactie (goede gezondheid, gastro- enteritis of andere).
|
* Le journal alimentaire correspond ici à l’étude catégorielle alimentaire analysée idéalement par un(e) diététicien(ne).
Bron : [45]
Huidtesten
Pricktesten
Zoals Rancé en Bidat zeggen: "De huidtesten worden gerealiseerd met de pricktest die een eenvoudige, snelle en zeer specifieke test is. Men brengt een druppel van het allergeen op de huid, vervolgens prikt men met een naald doorheen de druppel van het reactief. Ze worden op de arm of op de rug aangebracht met een afstand van 3 cm. Er zijn verschillende naalden voor priktesten beschikbaar en de keuze hangt af van de ervaring elke gebruiker. Het aflezen van de test gebeurt 15 minuten nadien. Het merendeel van fruit en groenten verliezen snel hun allergene activiteit en hun allergenen zijn niet voldoende aanwezig in de commerciële extracten. Voor deze klasse van voedingsmiddelen maakt men hoe langer hoe meer gebruik van verse producten, ook natief genoemd; de pricktest wordt vervolgens uitgevoerd door een prik te geven in het voedingsmiddel en de prik vervolgens op de rug aan te brengen (prick-to-prick). [46] De negatieve voorspelbare waarde is uitstekend met de natieve extracten, in zoverre dat negatieve huidtesten een voedselallergie zouden kunnen uitsluiten. Daartegenover staat dat voor een positieve huidtest die blijk geeft van een eenvoudige sensibilisatie een verder onderzoek rechtvaardigt om te preciseren of het om een echte voedselallergie gaat. Verse extracten geven een sterke respons dan commerciële extracten, [47] ze zijn ook veel gevoeliger." [45]
De huidtesten hebben een uitstekende gevoeligheid (> 95%) maar een zwakke specificiteit van 50 % (indien er geen rekening gehouden wordt met de geschiedenis). [46]
Voordat men de huidtesten uitvoert moet men stoppen met de inname van anti-histaminicum gedurende meerdere dagen (in functie van het type medicatie dat genomen werd). Men voert ook 2 pricktesten uit om de test te interpreteren: het betreft een positieve getuige om zeker te zijn dat de huid normaal reageert (iedereen reageert) en een negatieve getuige om zeker te zijn dat de huid geen reactie vertoont met de verdunde extracten. [46]
Patchtesten of epicutane testen
Ze laten toe om vertraagde overgevoeligheid te diagnosticeren en zijn bruikbaar bij contacteczeem. [45,48] Ze bestaan uit kleefpleistertjes waarop de verdachte substantie vastzit . Deze pleisters worden geplaatst op de rug, op een zone die vrij is van eczeem. Het aflezen gebeurt na 48 en 72 uur, 20 minuten na het wegnemen van de pleisters [45]
Volgens Strömberg zouden de patchtesten gevoeliger zijn dan de pricktesten om voedselallergie te diagnosticeren bij kinderen die lijden aan eczeem/ atopische dermatitis, vooral bij kinderen minder dan 2 jaar oud. [49]
Mehl et al denken dat, alhoewel de voorspelbare waarde van de patchtesten verbeterd is, wanneer ze samengaan met het meten van de specifieke IgE of pricktesten, de orale provocatietesten slechts overbodig worden in 0,5 tot 14 % van de bestudeerde patiënten. [50]
Volgens Canani zijn de patchtesten nuttig om de diagnose te stellen bij kinderen met gastro-intestinale symtomen die verband houden met voedselallergie. De diagnostische nauwkeurigheid van de patchtesten zou hoger liggen bij verse voedingsmiddelen dan bij commerciële extracten. [51]
|
Voedselallergieën en –intoleranties |
|
|
|